Ahimsa


ahimsa

De basisregels van yoga beginnen met: geweldloosheid, ahimsa. Deze eerste regel van yoga geldt, geschreven of ongeschreven, wellicht overal waar mensen samenleven. Immers, is het in een gezin, in een stad, in een bedrijf, niet in de eerste plaats belangrijk dat er niet op dagelijkse basis gevochten wordt?
Het woord ahimsa is Sanskrit, en afgeleid van het woord hims, wat slaan betekent. Himsa betekent verwonden of pijn doen. Dit kan duiden op fysiek of psychisch pijn doen, van anderen, maar ook van jezelf. Himsa is het tegenovergestelde van ahimsa, wat dus betekent: niet pijn-doen.



Één van de bekendste moderne gezichten van ahimsa, is Ghandi. Zijn levensmotto was ahimsa. Daarnaast kun je denken aan voorbeelden als Jezus of Boeddha. In yoga wordt de aanwijzing gegeven, dat als je iets wilt leren kennen, je er lange tijd op moet mediteren. Dat kan gaan over een voorwerp, een lichaamsdeel, maar ook een onderwerp waarop je contemplatie wilt toepassen. De oude geschriften moedigen ons dan aan om op een persoon te mediteren, die geldt als een helder voorbeeld voor een bepaald onderwerp. Mediteren op een persoon die je kent, of iemand uit de geschiedenis, die een lichtend voorbeeld is voor je, is een manier om geweldloosheid te onderzoeken.



Volgens Boeddha zijn mensen onder te verdelen in vier categoriën: de mens die zichzelf geweld aandoet, de mens die anderen geweld aandoet, de mens die zichzelf en anderen geweld aandoet, de mens die zichzelf en anderen geen geweld aandoet. Als we yoga beoefenen, dan is het interessant om je af te vragen of je jezelf geweld aandoet. Oefeningen doen pijn, waarom zouden we ze dan doen? En als je in een oefening staat die niet helemaal goed lukt, kun je kwaad worden op jezelf, of ongeduldig. Je kunt je gaan vergelijken met anderen en vinden dat je zelf niet goed genoeg bent. Je kunt je lichaam vervloeken, de handdoek in de ring gooien of harder gaan duwen en trekken. Je doet jezelf hiermee geweld aan. Dit is wat we onderzoeken met yoga: kunnen we in de grondslag van ons bestaan onvoorwaardelijk geweldloos zijn?



“Een training zonder respect, is niet meer dan brute kracht”, volgens Gichin Funakoshi. Respect maakt het verschil tussen ‘slechts aan je lichaam duwen en trekken’ en ‘zelf-studie’. Is het niet zo, dat we meer zijn dan alleen spieren en gewrichten. We zijn niet alleen uiterlijke vorm. Yoga vraagt van je om dieper te kijken dan alleen naar je contouren in de spiegel, of vergelijkingen met andere lichamen. Respect is volgens Funakoshi: “een attitude van respect voor anderen en een gevoel van zelfvertrouwen. Wanneer mensen met eergevoel dit gevoel overbrengen op anderen, is hun actie een uiting van respect. Zonder respect heerst chaos. Training zonder respect is niet meer dan verachtelijk geweld. Fysieke kracht zonder respect, is alleen maar brute kracht en voor een mens verwaarloosbaar. Ook al gedraagt iemand zich netjes of volgens de regels, zonder oprechtheid en eerbied in het hart, is er geen echte sprake van respect. Het gaat om de expressie van een oprecht respectvol hart.” Yoga zonder eerbied en respect is niet meer dan een vorm van geweld. We kunnen daarom met het beoefenen van asana’s, de houdingen, onszelf geweld aan doen, als we er achteloos mee om gaan. Het verschil tussen gewelddadig of geweld-loos oefenen zit in respect. In De Lijfschool voeren we dit door in de hele oefen-situatie, vanaf de drempel. Dat betekent dat je zorgvuldig met je eigen spullen omgaat, evenals met het meubilair. Dat de sociale code begint bij respect. Dat er een sfeer is van samenwerking en onderling begrip. Dat de docent elke deelnemer van begin tot eind zal aanmoedigen zijn eigen weerstand en spanningen te onderzoeken, en zijn eigen kracht. Respect voor de traditie van yoga, voor meditatie, voor docent, zaal, medemens, en jezelf. Pas dan is voldaan aan de grondregel van ahimsa in de training, en wordt yoga ook daadwerkelijk zelf-studie.



“Beyond the gate are a thousand enemies” ofwel: het moment dat je naar buiten stapt, vind je een wereld vol vijandelijkheden. Hoeveel vrede we ook vinden op de yogamat. Hoe goed we ons ook voelen, na het loslaten van weerstand, spanningen, innerlijke strijd en fysieke pijn, ons leven gaat onherroepelijk gepaard met uitdagingen, confrontaties, onverwachte wendingen, extase en tegenslagen. De wereld is niet gemaakt om ons vrede te brengen. Anderen bestaan niet slechts om ons een plezier te doen. Met geweldloosheid in ons hart, ontstaat de uitdaging om te accepteren dat er vanmiddag weer bommen vallen in het nieuws zonder ons kwaad te maken. Hoe gaan we om met het nieuws over vervuiling, wat zegt dat over ons? Hoe ga je om met het verlies van een naaste? Wat als iemand naar je schreeuwt in het verkeer? Misschien is er na de vier menstypes van de Boeddha, nog een vijfde te onderscheiden: de mens die geweld uit zijn omgeving toelaat. Hoeveel geweld van buitenaf laten we toe?



Denk eens aan een tuin. Trainen wordt van oudsher meestal aangeduid met ‘cultiveren’. Cultiveren kennen wij ook uit de landbouw. Je kunt een plant niet laten groeien. Daarvoor heeft hij een eigen natuurlijke kracht, ki in het Japans, een kracht die wij delen met alles op onze planeet. Levenskracht, of de kracht van het bestaan. Als wij een tuin inzaaien, zullen daar planten en bloemen in komen. Cultiveren bestaat uit het onderhouden van de tuin, om de groei en bloei te ondersteunen van dat wat wij in onze tuin willen stimuleren, en het wieden van dat wat we niet willen. Trainen werkt ook zo: we houden een oogje in het zeil van ons bestaan. Daarin spelen allerlei krachten die op natuurlijke wijze gaan groeien en weer in groei afnemen. Door te trainen volgen we deze groei en afname. Zoals we in onze tuin de planten die we willen stimuleren water en mest geven, en snoeien, zo investeren we in ons leven in goed gedrag om dit tot bloei te brengen. Als we niets doen, hebben we volgend jaar alleen nog maar onkruid. Want de natuurlijke kracht van onkruid, of natuurlijke negatieve neigingen, is minstens net zo sterk als die van aarde, zon, water en bomen en planten die we hebben uitgekozen. Cultiveren of trainen, gaat daarom om het herkennen en stimuleren van gedrag wat bijdraagt aan innerlijke vrede en een sterke sociale omgeving, en het wieden, herkennen of afleren van gedrag wat dit vredige landschap verstoort. We willen niet wachten tot een irritatie uitmondt in een groot conflict. Als we onkruid in een vroeg stadium herkennen, dan is het makkelijk te wieden. Het vraagt alleen een dagelijkse verantwoordelijkheid om op de hoogte te blijven van het reilen en zeilen van ons tuintje. Je gaat tevredenheid beleven als stabiele basis in je leven. Een onvoorwaardelijke attitude. Een levenshouding die niet afhangt van regen, verdriet, boosheid, angst, oorlog en succes. We hoeven niet te wachten tot we perfect zijn, voordat we tevreden zijn. Al deze natuurlijke krachten blijven in ons en om ons heen. Maar tevredenheid, of innerlijke vrede, is een attitude die je kunt cultiveren, ongeacht wat je buiten je eigen poort tegenkomt. Dat oefenen we op de mat. De mat is het laboratorium. Als we alleen in het laboratorium geweldloos en vredig kunnen zijn, dan kunnen we ons dus alleen ontspannen door onszelf daar op te sluiten. Dan verliest yoga zijn relevantie in het dagelijks bestaan. Ahimsa, of geweldloosheid, is juist daar een kracht. Als we het intern hebben bestendigd, dan stappen we door de deur naar buiten, en onderzoeken we ahimsa in onze liefdesrelatie, in de opvoeding van onze kinderen, in de omgang met onze collega’s en buren, en onze schoonmoeder. En dat is zeker niet altijd makkelijk, maar wel waar het daadwerkelijk om gaat.



Ahimsa als basis voor het leven. Dat vraagt nogal wat onderzoek. Intern en extern. Fysiek, psychisch en sociaal. Waarom doen we bij De Lijfschool zoveel krachttraining? Omdat het veel kracht en doorzettingsvermogen vraagt om het respect, de acceptatie en de verantwoordelijkheid van onze kant op de weg van innerlijke vrede te cultiveren. Maar gelukkig hoeven we met het beoefenen van yoga niet lang te wachten tot het ons ook dankbaar en gemotiveerd stemt. Onze tuin heeft elk jaar bloesem, groente, mooie bloemen en zoete vruchten.



- Saskia & David